Sign. - Welke kosten komen in mindering bij de berekening van de legitimaire massa?


De moeder van X is in 2008 overleden. Bij testament, dat in 2002 is opgesteld, heeft zij X in de legitieme gesteld zoals deze geldt bij haar overlijden. Tussen X en erfgenaam Y is een geschil ontstaan over de hoogte van de legitimaire massa. Volgens Y moet rekening worden gehouden met de verdere kosten van de nalatenschap.
In hoger beroep oordeelt het hof dat volgens artikel 4:65 BW bij de bepaling van de legitimaire massa rekening moet worden gehouden met de schulden van artikel 4:7 lid 1 sub a-c en f BW. Daaronder vallen wel de vereffeningskosten, maar niet de verdere kosten die Y opvoert.

(Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 februari 2013, LJN BZ1949)

Terug naar overzicht