Sign. - Werknemer krijgt bewijslast ongeval


Werknemer stelt dat hij schade heeft geleden als gevolg van een ongeval tijdens zijn werkzaamheden (val van trap door oververmoeidheid). Gelet op de omstandigheden ligt het op de weg van werknemer om te bewijzen dat hij op 1 november 2006 tijdens zijn werkzaamheden van de trap is gevallen. Zijn stelling wordt immers alleen ondersteund door de schriftelijke verklaring van zijn collega. Uit het verslag van de EHBO-verpleegkundige is niet gebleken dat er sprake was van een hoofdwond en ook uit de procedure bij het UWV is niet gebleken dat er sprake was van arbeidsongeschiktheid als gevolg van een val van de trap. Indien werknemer slaagt in het aan hem opgedragen bewijs, dient te worden beoordeeld of werkgever aan haar zorgplicht heeft voldaan ex art. 7:658 BW. Hieromtrent wordt voorshands bewezen geacht dat werkgever werknemer niet te veel uren heeft laten werken. Voor zover komt vast te staan dat werknemer op 1 november 2006 een ongeval is overkomen waarvoor werkgever aansprakelijk is, heeft werkgever het causaal verband tussen de klachten waaraan werknemer lijdt en de val van de trap alsmede de hoogte van het gevorderde voorschot op schadevergoeding gemotiveerd betwist. Werknemer zal daarom in dat geval het causaal verband en de hoogte van de voorlopige schade dienen te bewijzen. (Ktr. Dordrecht 16 juli 2009, LJN BJ5244)

(Ktr. Dordrecht 16 juli 2009, LJN BJ5244)

Verder lezen
Terug naar overzicht