Sign. - Wetsvoorstel standpuntbepaling ondernemingsraad


Op 24 september 2009 is de nota naar aanleiding van het verslag inzake dit wetsvoorstel verschenen (zie hierover ook al TAP Signaleringen Medezeggenschapsrecht TAP 2009, p. 41-42, 87, 122-123 en 160-161). In deze nota beantwoordt de minister van Justitie de vragen van de vaste commissie van Justitie. De minister verduidelijkt onder meer dat het ontbreken van een standpunt van de ondernemingsraad (OR) de besluitvorming niet aantast. De toepasselijkheid van de sanctie van (ver)nietig(baar)heid op grond van art. 2:14 en 2:15 BW wordt hiermee uitgesloten. Ook geeft de minister aan in hoeverre dit wetsvoorstel afwijkt van het SER-advies inzake Evenwichtig Ondernemingsbestuur en bevestigt hij dat, omdat besloten vennootschappen geen verplicht bezoldigingsbeleid kennen, het wetsvoorstel alleen ziet op naamloze vennootschappen. Naar aanleiding van de vraag of in het wetsvoorstel kan worden vastgelegd dat de OR zal kunnen beschikken over voldoende budget om tot een goed oordeel te kunnen komen over de diverse besluiten antwoordt de minister dat er naast de mogelijkheden die art. 22 Wet op de ondernemingsraden (WOR) biedt geen aanleiding bestaat om een aparte wettelijke regeling op te nemen. Aangaande de vraag hoe dit wetsvoorstel zich verhoudt met de Wet Harrewijn antwoordt de minister dat de Wet Harrewijn ten doel heeft de preventie van verschillen in inkomens(ontwikkeling) die niet in redelijkheid te motiveren zijn en bevordering van discussies over het bezoldigingsbeleid waardoor de ondernemer zijn beleid beter moet onderbouwen. Met het wetsvoorstel wordt een nadere uitwerking gegeven aan deze doelstelling: de OR krijgt de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de…

Verder lezen
Terug naar overzicht