Sign. - Wft gaat voor Wob


De minister is op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van solvabiliteitsgegevens uit de verklaring van geen bezwaar aan Fortis van 17 september 2007. In de brief van 8 april 2009 heeft de minister overwogen dat de Wft voor vertrouwelijke gegevens een specifieke openbaarmakingsregeling bevat die prevaleert boven de openbaarmakingsbepalingen van de Wob. Verder heeft de minister overwogen dat uit de Wft en de toelichting daarop blijkt dat onder vertrouwelijke gegevens onder andere (solvabiliteits)marges moeten worden verstaan. De minister heeft met een beroep op art. 1:89 Wft besloten de gevraagde solvabiliteitsgegevens niet openbaar te maken. De Wft vormt de wettelijke grondslag voor het bestreden besluit. Nu het bij de rechtbank bestreden besluit was gebaseerd op de Wft, acht het College zich ten aanzien van het onderhavige hoger beroep bevoegd. Het College overweegt dat ingevolge art. 2 lid 1 Wob die wet als algemene openbaarmakingsregeling wijkt voor bijzondere openbaarmakingsregelingen met een uitputtend karakter, neergelegd in wetten in formele zin. Zo'n regeling is uitputtend indien zij ertoe strekt te voorkomen dat door toepassing van de Wob afbreuk zou worden gedaan aan de goede werking van materiële bepalingen in de bijzondere wet. Wat betreft de gegevens waarvan om openbaarmaking is verzocht, bevat art. 1:89 Wft een bijzondere regeling voor openbaarmaking die een uitputtend karakter heeft en die derhalve de bepalingen van de Wob opzij zet. De minister heeft terecht art. 1:89 Wft geduid als een bijzondere openbaarmakingsregeling en de Wob buiten toepassing gelaten. appellant kan niet worden aangemerkt als belanghebbende bij het verzoek om openbaarmaking van de onleesbaar gemaakte passages in de verklaring van geen bezwaar. De brief…

Verder lezen
Terug naar overzicht