Naar de inhoud

Sign. - Wijzigen echtscheidingsconvenant bij bewuste afwijking wettelijke maatstaven (Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3635)

In hun echtscheidingsconvenant zijn M en V op bepaalde punten afgeweken van de wettelijke maatstaven. M heeft de rechtbank verzocht de vastgestelde regeling te wijzigen en de partneralimentatie op nihil vast te stellen. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Het hof heeft in hoger beroep bepaald dat het convenant niet gewijzigd kan worden, nu partijen bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven. Volgens vaste jurisprudentie kan het hof het convenant dan slechts wijzigen indien de eiser stelt en het hof aannemelijk oordeelt dat na het tot stand komen van het convenant een wijziging van omstandigheden is ingetreden op grond waarvan, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, de wederpartij ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. Dit is volgens het hof echter in casu niet het geval.

In cassatie klaagt M dat de omstandigheid dat partijen ten aanzien van specifieke, voor de bepaling van de hoogte van het levensonderhoud relevante, posten, feiten en omstandigheden bewust van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken niet meebrengt dat zij datzelfde ook ten aanzien van alle andere daarvoor relevante posten, feiten en omstandigheden hebben gedaan.

De Hoge Raad overweegt als volgt. Op 23 oktober 1987 (ECLI:NL:HR:1987:AD0015) oordeelde de Hoge Raad: ‘Het systeem van artikel 1:159 lid 1 en 2 jo. 1:401 lid 1 BW moet aldus worden begrepen dat, indien een beding als bedoeld in artikel 1:159 lid 1 BW niet is gemaakt (of een zodanig beding ingevolge lid 2 van dat artikel is vervallen), artikel 1:401 lid 1 BW toepasselijk is, in dier voege dat in een geval waarin…