Sign. - Woonplaats in Nederland of Zwitserland?


M en V zijn gehuwd. Uit hun huwelijk zijn drie – inmiddels meerderjarige – kinderen geboren. De echtelijke woning is gelegen in de Nederlandse gemeente X.
Op 1 februari 1999 schrijft M zich uit bij gemeente X in verband met het aannemen van een betrekking in Zwitserland. De rest van het gezin volgt medio 2000, ofschoon de echtelijke woning in X wordt aangehouden. In december 2003 betrekken V en de jongste dochter weer de echtelijke woning. M blijft in Zwitserland. Het huwelijk tussen M en V wordt in 2011 door echtscheiding ontbonden.
Aan M wordt, naar aanleiding van de verkoop van zijn bv-aandelen, een navorderingsaanslag IB/PVV 1999 opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen van € 13.604.918. Tevens wordt een bedrag van € 595.983 aan heffingsrente in rekening gebracht. M gaat in beroep.
M en de belastinginspecteur zijn verdeeld over de vraag of M in november 1999 (in verband met de toepassing van het in 1951 tussen Nederland en Zwitserland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting) inwoner van Nederland of inwoner van Zwitserland was.
Vaststaat dat M vanaf 1 juni 1999 een woning in Zwitserland huurde en dat hij dus vanaf dat moment in Zwitserland beschikte over een 'duurzame woongelegenheid' als bedoeld in artikel 2 lid 2 van het Verdrag. Ook staat vast dat M in Nederland beschikte over een woonboot, zodat hij, los van de woning in gemeente X, ook in Nederland beschikte over een duurzame woongelegenheid. Op grond van het Verdrag wordt dan voor verdragsdoeleinden als 'woonplaats' beschouwd: 'de plaats waarmede de persoonlijke betrekkingen het…

Terug naar overzicht