Sign. - WW, geen benadelingshandeling: ontslagvergoeding of latere ontbindingsdatum lag niet in de rede


Werknemer en werkgever zijn het niet eens over de vermeende arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Werkgever heeft vervolgens het loon opgeschort. Na deskundigenoordeel van het UWV heeft werknemer enige dagen het werk hervat en daarna vakantiedagen opgenomen. Vervolgens heeft de kantonrechter in een pro-formaprocedure bij beschikking van 22 augustus 2007 de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 september 2007, zonder daarbij een vergoeding toe te kennen. Het UWV meent dat werknemer een benadelingshandeling heeft gepleegd, nu hij noch een vergoeding heeft verzocht ter hoogte van het bedrag aan loon over de opzegtermijn, noch heeft verzocht de ontbinding uit te spreken per 1 oktober 2007. Zowel het bezwaar als het beroep tegen deze beslissing van het UWV is ongegrond verklaard. Ter beantwoording van de vraag of sprake is van een benadelingshandeling onderzoekt de Raad of in het onderhavige geval het in de rede lag dat werkgever een verzoek om enige vergoeding zou hebben gehonoreerd of akkoord zou zijn gegaan met een latere ontbindingsdatum. Dit acht de Raad niet het geval. Werknemer heeft volgens de Raad dan ook geen benadelingshandeling gepleegd. (CRvB 16 september 2009, LJN BJ9325)

(CRvB 16 september 2009, LJN BJ9325)

Verder lezen
Terug naar overzicht