Sign. - Zorgplicht assurantietussenpersoon


Erdem Beheer BV legt aan haar vordering ten grondslag dat de bank is tekortgeschoten in de op haar als assurantietussenpersoon jegens Erdem rustende zorgplicht. Door in de brief van 23 april 2003 te schrijven dat het niet installeren van de alarminstallatie betekende dat het inbraakrisico niet gedekt was, zou bij Erdem de indruk zijn gewekt dat wat betreft de dekking van het brandrisico geen probleem bestond. De bank zou hebben nagelaten deze onjuiste indruk weg te nemen, wat tot aansprakelijkheid voor de door Erdem geleden brandschade zou leiden. Het hof heeft miskend dat het antwoord op de vraag of de bank is tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens Erdem niet alleen kan worden gebaseerd op de onjuistheid althans onvolledigheid van de brief van 23 april 2003, die naar het oordeel van het hof bij de gemiddelde lezer de (onjuiste) indruk kan doen ontstaan dat het door Interpolis geëiste alarm geen invloed heeft op de dekking van het brandrisico, zonder dat daarbij wordt ingegaan op de verweren van de bank die ertoe strekken dat Erdem die brief niet aldus heeft begrepen althans in redelijkheid niet zo heeft mogen begrijpen. Een assurantietussenpersoon mag in het algemeen afgaan op de juistheid van een mededeling van zijn opdrachtgever dat is voldaan aan de uit de polis voortvloeiende verplichtingen tot het nemen van preventiemaatregelen. Behoudens bijzondere omstandigheden gaat zijn zorgplicht dan ook niet zo ver dat hij dient te controleren of die mededeling juist is. Indien het hof geoordeeld heeft dat de bank desalniettemin in dit geval moest controleren of Erdem inderdaad aan alle preventiemaatregelen had voldaan omdat de mededeling van Erdem (te) 'vaag' was, behoefde dat oordeel nadere motivering om begrijpelijk te zijn. …

Verder lezen
Terug naar overzicht