Snelle beëindiging langlopende huurovereenkomst kan misbruik van recht opleveren


Samenvatting

Cussens, Jennings en Kingston hebben op een terrein in Cork, Ierland, vijftien vakantiehuizen gebouwd. Zij verhuurden de onroerende goederen voor een periode van twintig jaar en één maand aan een met hen verbonden onderneming. De huurovereenkomst voor twintig jaar werd overeenkomstig het Ierse recht als een eerste vervreemding van onroerend goed aangemerkt. Over de gekapitaliseerde waarde van de huur werd btw geheven. Deze overeenkomst werd een maand later beëindigd, waarna de onroerende goederen door verzoekers aan derden werden verkocht. Over die verkopen was op grond van het Ierse recht geen btw verschuldigd, omdat alleen de oorspronkelijke eerste vervreemding, dat wil zeggen de langlopende huurovereenkomst, aan btw was onderworpen. De Ierse belastingautoriteit oordeelde vervolgens dat de eerste vervreemding, de langlopende huurovereenkomst, een kunstmatige constructie was en misbruik van recht opleverde. Derhalve moest die overeenkomst voor btw-doeleinden buiten beschouwing blijven, en moest over de latere verkoop aan derden btw worden geheven, als ware het de eerste vervreemding. Dat zou betekenen dat Cussens e.a. aanzienlijk meer btw zouden moeten betalen.

De Supreme Court in Ierland legt het hof een aantal vragen voor. Hij wenst met name duidelijkheid te verkrijgen over de toepasselijkheid van het beginsel van het verbod van misbruik van recht in de onderhavige zaak.

A-G Bobek concludeert dat de behandeling van de langlopende huurovereenkomst als een ‘levering voor eerste ingebruikneming’ in strijd is met het doel van de richtlijn. Er dient btw te worden geheven wanneer onroerend goed voor het eerst commercieel wordt verhandeld. In casu is van belang dat de huurovereenkomst werd gesloten tussen verbonden partijen, dat de huurovereenkomst zeer…

Verder lezen
Terug naar overzicht