Status van een woonark en waterskavels


De Hoge Raad heeft een uitspraak gedaan over de vraag omtrent het roerend/onroerend zijn van een waterkavel met een woonark. Het ging om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ), echter die sluit aan bij het Burgerlijk Recht qua de vraag of iets onroerend is of niet.

In de betrokken casus ging het om een woonark die in/op een waterkavel lag naast een grondkavel van 16 m2. De waterkavel was 251 m2. De woonark heeft een inhoud van 650 m3, en bestaat uit een drijvende betonnen constructie met een houten opbouw. De woonark ligt vast door middel van twee metalen beugels die elk zijn bevestigd rond een meerpaal. Deze meerpalen zijn vast verankerd in de bodem van de waterkavel waarop de woonark zich bevindt. De woonark is aangesloten op de gemeentelijke riolering en op nutsvoorzieningen.

De waterkavel lag voorts in een woonwijk en tussen twee dermate lage bruggen dat de woonark nimmer weg kan varen. Het Hof Arnhem oordeelde dat ‘of de woonark is verbonden met de oever op een dusdanige wijze dat sprake is van vereniging met die grond in de zin van artikel 3:3, lid 1, BW.’ en ‘zo’n vereniging (kan) in ieder geval niet kan worden aangenomen enkel op grond van een verbinding door middel van kabels en de aansluiting op nutsleidingen en riolering.’. Het gaat dus om de vraag of er al dan niet een verbinding met het vaste land is en of die verbinding duurzaam is of niet. Het hof Arnhem had geoordeeld dat er een duurzame vereniging was gezien: ‘

Verder lezen
Terug naar overzicht