Strafrecht

Strafrecht valt uiteen in het materiële strafrecht (de beschrijving van strafbare feiten en straffen) en het formele strafrecht of het strafprocesrecht (het geheel van procedurele spelregels volgens welke het materiële strafrecht wordt toegepast).

Materieel strafrecht

In het Wetboek van Strafrecht is door de wetgever vastgelegd welke gedragingen als strafbare feiten kunnen worden aangemerkt en welke straffen en/of maatregelen de rechter kan opleggen. Het Wetboek van Strafrecht bestaat uit drie boeken.

In het Eerste Boek zijn de Algemene bepalingen opgenomen. Hierin worden geregeld: de omvang van de werking van de strafwet (Titel I), de maatregelen (Titel IIA), de gronden voor strafvermindering (Titel IIIA), de samenloop van strafbare feiten (Titel VI), de indiening van de klacht bij misdrijven alleen op klacht vervolgbaar (VII), het verval van recht tot strafvordering (Titel VIII), de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen (Titel VIIIa) en ten slotte de betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen (Titel IX).

Voorts zijn in het Tweede boek van het Wetboek van Strafrecht de misdrijven opgenomen, die onderverdeeld zijn in verschillende categorieën. De overtredingen zijn opgenomen in het Derde Boek en zijn eveneens onderverdeeld in verschillende categorieën.

Behalve bovengenoemde strafbepalingen kent het Wetboek van Strafrecht ook een aantal bijlagen. Voorbeelden daarvan zijn de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet terbeschikkingstelling en de Gratiewet. Ook neemt het strafrecht een plaats in in een aantal bijzondere wetten. Men kan hierbij denken aan de Opiumwet, de Wet wapens en munitie, de Wet op de economische delicten en de Wegenverkeerswet.

Formeel strafrecht

Het strafprocesrecht bepaalt hoe en door wie wordt onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door wie en naar welke maatstaven daarover en over de daaraan te verbinden strafrechtelijke sancties wordt beslist. Hoofddoel van het strafproces is de toepassing van het materiële strafrecht op verdachten mogelijk te maken. Het strafproces is de noodzakelijke schakel tussen het strafbare feit en de door de rechter op te leggen strafrechtelijke sanctie. Daartoe kent het Wetboek van Strafvordering begrensde bevoegdheden toe aan overheidsfunctionarissen (art. 141 Sv) en in beperkte mate ook aan burgers (art. 53 lid 1, 55 lid 1, 95 lid 1, 126v-126z, 126zt en 126zu Sv).

Het Nederlandse strafproces is te kenschetsen met de term ‘gematigd accusatoir’. Tijdens het vooronderzoek heeft het strafproces een inquisitoir karakter, omdat de verdachte object van onderzoek is en als zodanig de uitoefening van dwangmiddelen heeft te dulden. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft het strafproces een meer accusatoir karakter, omdat de verdachte dan in hoofdzaak op gelijke voet met het Openbaar Ministerie wordt behandeld.

Het Wetboek van Strafvordering regelt het gehele strafproces, vanaf het eerste optreden naar aanleiding van een verdenking tot en met de executie van de straf. Het Wetboek van Strafvordering valt uiteen in vijf boeken: algemene bepalingen, strafvordering in eerste aanleg, rechtsmiddelen, enige rechtspleging van bijzondere aard en tenuitvoerlegging en kosten.

Wat biedt Sdu u op het gebied van strafrecht?

We tonen u graag een selectie van de vakinformatie op het gebied van strafrecht. Op deze pagina vindt u actuele content die we samen met experts uit de rechtspraktijk creëren.

Strafrecht in de webshop

Naar de webshop

Toegang tot al onze juridische informatie?

    • Neem een dag- of weekabonnement op onze online databank OpMaat
    • Krijg direct toegang tot al onze bronnen en vindt het antwoord op uw zoekvraag
Meer informatie
(- Artikelen)

Uit het archief

Meer artikelen laden