De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op:
het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;
het bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;
het verstrekken van informatie en geven van voorlichting;
het doen van necrologisch onderzoek;
het verzorgen van bloemleggingen op Nederlandse oorlogsgraven en bij de door de stichting in stand gehouden gedenkstenen van Nederlandse oorlogsslachtoffers.