Naar de inhoud

Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013 [Tekst geldig vanaf 02-12-2016 tot 01-01-2018] [Regeling ingetrokken per 2018-01-01]

[Tekst geldig vanaf 02-12-2016 tot 20-12-2017]
[Regeling ingetrokken per 01-01-2019]

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, onderdeel f, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 11, tweede lid, 18, eerste lid, en 22, vierde lid, van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  1. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  2. stichting: Oorlogsgravenstichting.

Artikel 2

1.

De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op:

  1. het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;

  2. het bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;

  3. het verstrekken van informatie en geven van voorlichting;

  4. het doen van necrologisch onderzoek;

  5. het verzorgen van bloemleggingen op Nederlandse oorlogsgraven en bij de door de stichting in stand gehouden gedenkstenen van Nederlandse oorlogsslachtoffers.

2.

De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.

§ 2. De subsidieverlening

Artikel 4

De stichting dient de aanvraag tot subsidieverlening uiterlijk in op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.

§ 3. Voorschotverlening

Artikel 5

1.

De minister verstrekt voorschotten per boekjaar.

2.

Het totaal van de voorschotten voor een boekjaar is gelijk aan de voor dat jaar verleende subsidie.

3.

De voorschotten worden als volgt verstrekt:

  1. 80 procent van de voor een boekjaar verleende subsidie in januari van dat boekjaar;

  2. 20 procent van de voor een boekjaar verleende subsidie in juni van dat boekjaar.

4.

De minister kan een voorschot een maand later verstrekken, nadat de stichting hiervan in kennis is gesteld.

§ 4. Subsidievaststelling

Artikel 6

De stichting dient de aanvraag tot subsidievaststelling in uiterlijk op 1 juli na afloop van het boekjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft.

§ 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7

Een subsidie die is verleend krachtens de Regeling Subsidiëring Oorlogsgravenstichting 2011 wordt aangemerkt als een subsidie, verleend krachtens deze regeling.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2013 en vervalt met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 juni 2013

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk