Te laat bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet spoedig genoeg is ingediend


Samenvatting

Aan belanghebbende, die dakloos is en een gemeentelijk postadres heeft, is een aanslag IB/PVV 2012 opgelegd. Naar aanleiding van een dwangbevel maakt belanghebbende bezwaar tegen de aanslag. Het hof oordeelt dat het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding, nu het bezwaar niet zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is ingediend. Belanghebbende moet het desbetreffende dwangbevel namelijk uiterlijk binnen één week na 29 juli 2015 (datum dwangbevel) hebben ontvangen, omdat hij wekelijks zijn post bij de gemeente ophaalt. Hij heeft pas op 1 september 2015 bezwaar gemaakt. Dat is niet zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. Via art. 9.6 Wet IB 2001 (beschikking ambtshalve vermindering) en art. 7:1a Awb (prorogatie) komt het hof evenals de rechtbank wel tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Het hof oordeelt dat belanghebbende zonder onderbouwing, die ontbreekt, de door hem verzochte aftrek specifieke zorgkosten en giftenaftrek niet aannemelijk maakt.

(Hoger beroep ongegrond.)

Commentaar

Een te laat ingediend bezwaarschrift is ontvankelijk als redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is (zie art. 6:11 Awb). Daarbij geldt dat het bezwaarschrift zo spoedig mogelijk is ingediend als redelijkerwijs kan worden verlangd. Wat ‘zo spoedig mogelijk’ is, hangt derhalve af van de omstandigheden van het geval. Wel heeft de Hoge Raad op grond van de wetsgeschiedenis geoordeeld dat de betrokken belastingplichtige in ieder geval een termijn van ten minste veertien dagen moet worden gegund (zie HR 22 maart 2002, nr. 36.933, NTFR 2002/450).

De bewijslast…

Verder lezen
Terug naar overzicht