Tegen schriftelijke weigering te beslissen op via elektronische weg ingediend bezwaarschrift staat beroep open


Samenvatting

Belanghebbende heeft langs elektronische weg op 4 oktober 2016 bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen. De heffingsambtenaar heeft hierop bij brief van 4 oktober 2016 gereageerd met de mededeling dat elektronische berichten aan de gemeente uitsluitend via de gemeentelijke website, met gebruikmaking van DigiD, kunnen worden ingediend. Per e-mail of per fax kan dat niet. Belanghebbende is hiertegen in beroep gegaan. Rechtbank Den Haag (15 februari 2017, nr. 16/8987) heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het verzet daartegen ongegrond. In cassatie houdt die uitspraak echter geen stand. Nu het door belanghebbende langs elektronische weg gemaakte bezwaar niet voldeed aan de door de gemeente op de voet van art. 2:15, lid 1, tweede volzin, Awb gestelde eisen, had het bezwaarschrift namelijk alleen niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard, indien belanghebbende gelegenheid was geboden tot herstel van het verzuim (art. 6:6 Awb). Dit is niet gebeurd. De brief van de heffingsambtenaar van 4 oktober 2016 is in wezen een schriftelijke weigering om te beslissen op het ingediende bezwaarschrift. Daartegen staat beroep open (art. 6:2, onderdeel a, Awb). De Hoge Raad merkt daarbij nog op dat de heffingsambtenaar ten onrechte heeft geweigerd om uitspraak te doen op het bezwaar.

(Cassatieberoep gegrond.)

Feiten

2.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1. Belanghebbende heeft op 4 oktober 2016 langs elektronische weg bezwaar gemaakt tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen.

2.1.2. Bij brief van 4 oktober 2016…

Verder lezen
Terug naar overzicht