Terechte naheffingsaanslag BPM voor rijden in auto met Duits kenteken (art. 81 Wet RO)


Samenvatting

Belanghebbende woont in Nederland. In juni 2013 wordt geconstateerd dat hij met een auto met Duits kenteken in Nederland van de openbare weg gebruikmaakt. Volgens drie ambtsedig opgemaakte verklaringen van ambtenaren van de Belastingdienst is belanghebbende later in het jaar nog driemaal in de auto gesignaleerd. Ten aanzien van het gebruik van de auto in juni 2013 heeft belanghebbende diverse tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Hof Den Bosch (26 januari 2017, nr. 14/01096, NTFR 2017/1234) achtte het aannemelijk dat de auto belanghebbende feitelijk ter beschikking stond. Aan twee van de drie waarnemingen van de ambtenaren heeft het hof onvoldoende bewijs toegekend. Desondanks is het hof tot de conclusie gekomen dat de auto bestemd was om hoofdzakelijk op het Nederlandse grondgebied duurzaam te worden gebruikt of daar feitelijk duurzaam werd gebruikt. De naheffingsaanslag BPM is dan ook terecht opgelegd. Het hof achtte voorts een boete van 50% passend en geboden.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81.1 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht