Termijn van drie jaar voor teruggaafverzoek voldoende


Samenvatting

Op 7 oktober 2004 verzoekt Alstom Power Hydro (hierna: Alstom) de Letse belastingdienst (hierna: VID) teruggaaf van bedragen die zij naar haar mening over 1998 tot 1 oktober 2004 onverschuldigd heeft betaald. In zijn (gedeeltelijk afwijzende) teruggaafbeschikking stelt VID vast dat Alstom de in Letland voorgeschreven termijn van drie jaar heeft overschreden. Op de door de Letse rechter in de daarop volgende procedure, waarin Alstom wijst op het ontbreken van een verjaringstermijn in art. 18, lid 4, Zesde Richtlijn, gestelde prejudiciële vraag verklaart het HvJ EG voor recht dat deze bepaling niet in de weg staat aan de regeling van Letland, die voorziet in een verjaringstermijn van drie jaar voor de indiening van een verzoek om teruggaaf van het overschot van de btw dat de belastingdienst van die staat onverschuldigd heeft geïnd.

Feiten

8. Op 7 oktober 2004 heeft Alstom overeenkomstig art. 12, leden 10 en 11, van de btw-wet verzocht om teruggaaf van de bedragen die zij naar haar mening over de periode van 1998 tot 1 oktober 2004 onverschuldigd had betaald.

9. De VID heeft besloten, de btw ten bedrage van 288.184 LVL niet terug te betalen en met betrekking tot het resterende bedrag ter hoogte van 31.265 LVL een belastingcontrole in te stellen. In zijn beschikking heeft hij vastgesteld dat Alstom de in art. 16, lid 10, van de wet inzake belastingen en heffingen voorgeschreven termijn van drie jaar voor de indiening van de verzoeken om teruggaaf van te veel betaalde belastingen had overschreden.

10. Alstom heeft tegen deze beschikking beroep ingesteld en daarbij onder…

Verder lezen
Terug naar overzicht