Toepassing hardheidsclausule bij uitbrengvrijstelling (artikel 15.1.f WBR)


Vader (V) en zoon (Z) exploiteren een agrarisch bedrijf in de vorm van een maatschap. Op 1 januari 1985 heeft V in dit samenwerkingsverband de economische eigendom van de onroerende zaken ingebracht. Enige tijd later worden de onroerende zaken betrokken in een wettelijke ruilverkaveling waarbij V de betreffende onroerende zaken in (originaire) eigendom verkrijgt.

In het jaar 2002 wordt de maatschap ontbonden. Bij de verdeling van het vermogen van de maatschap wordt aan V de economische eigendom van de boerderij toebedeeld. V stelt geen…

Verder lezen