Toetsing of beroepsopleiding voldoet aan WEB komt toe aan onderwijsinspecteur


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het vervaardigen van deuren, ramen en kozijnen van hout, het drijven van een timmerfabriek en het verhandelen van de producten uit deze timmerfabriek. Belanghebbende heeft in 2012 en 2013 afdrachtvermindering onderwijs toegepast wegens het door medewerkers volgen van de deelkwalificaties Ondersteunende vorming.

In cassatie is primair in geschil of de inspecteur bevoegd is om een beroepsopleiding te toetsen aan de voorwaarden van de Wet educatie beroepsonderwijs (WEB).

A-G Niessen geeft in zijn beschouwing weer in hoeverre de inspecteur bevoegd is te toetsen aan de voorwaarden van art. 14 WVA, dan wel aan de vereisten van de WEB. Hij betoogt dat de bevoegdheid om te toetsen aan de vereisten van de WEB toekomt aan de onderwijsinspecteur. De belastinginspecteur zal in beginsel louter controleren of er diploma’s zijn uitgereikt. Slechts indien dat niet het geval is, kan hij beoordelen of de beroepspraktijkvorming, van de beroepsopleiding waarvoor afdrachtvermindering onderwijs is geclaimd, is gevolgd.

Door het hof is vastgesteld dat werknemers van belanghebbende certificaten hebben behaald voor een deelopleiding én dat die deelopleiding (mede) beroepspraktijkvorming omvat. Nu gesteld noch gebleken is dat dit niet de volledige beroepspraktijkvorming betreft, slaagt de klacht van belanghebbende, aldus de advocaat-generaal.

De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.

Commentaar

In drie eerdere conclusies is de advocaat-generaal al uitgebreid ingegaan op de mogelijkheden die de belastinginspecteur heeft om de voorwaarden van de WVA te toetsen (zie NTFR 2017/1306, NTFR 2017/1369 en NTFR 2017/1370). In het commentaar bij die…

Verder lezen
Terug naar overzicht