Trust me (2010.1.3002)


De auteur gaat in op de voorgestelde wijziging van de verlaging van de tarieven van het successie- en schenkingsrecht, terwijl de economische vooruitzichten onverminderd somber zijn. 

Weliswaar een tariefverlaging in de sfeer van de schenk- en erfbelasting, maar geen geringe prestatie op het moment dat de staatssecretaris het beeld oproept dat het pompen of verzuipen is op het schip van staat. Staatssecretaris van Financiën De Jager verlaagt de tarieven op het schenken en erven en vindt daarvoor de budgettaire dekking in het repareren van gaten die de Hoge Raad heeft geschoten in het, door de tand des tijds op sommige plekken ietwat versleten, bastion van het successierecht én door maatregelen – zowel in de sfeer van de inkomstenbelasting als het successierecht – met betrekking tot zogenoemde afgezonderde particuliere vermogens (hierna: APV's). Uit par. 14 van de memorie van toelichting bij het Voorstel van wet tot wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten kan worden afgeleid dat het aanpakken van APV's bijna 70% van de financiële dekking oplevert voor de leuke dingen uit het wetsvoorstel. Politiek gezien is het een prachtige combi: verlagen van het belastingtarief voor de gewone burger en dat bij een belasting die niet de populariteitsprijs zou winnen, terwijl de rekening daarvoor wordt neergelegd bij de rijken. De auteur vraagt zich af of het nieuwe systeem wel robuust genoeg is. Het siert de leden van de Tweede Kamer dan ook volgens de auteur dat zij hebben aangedrongen op een vertrouwelijke briefing door de Coördinatiegroep constructiebestrijding van de Belastingdienst en de FIOD-ECD waarin, naar mag worden aangenomen, een helderder, zij het voor de buitenwacht niet toetsbaar, beeld van de robuustheid van de budgettaire dekking is verkregen. 
Daarnaast dient volgens de auteur de vraag te worden bezien of de voorgestelde aanpak van de APV in fiscaal-juridisch opzicht wel robuust is. Tijdens het onlangs gehouden rondetafelgesprek over het wetsvoorstel is door een aantal deskundigen sterke twijfels geuit over de houdbaarheid van de voorgestelde maatregelen met betrekking tot de APV's in het licht van het leerstuk van de goede trouw die Nederland in acht dient te nemen bij de toepassing van belastingverdragen. Deze twijfels hebben de fractiespecialisten ertoe gebracht de parlementair advocaat te vragen op korte termijn ter zake advies uit te brengen. Dat advies is inmiddels uitgebracht en de slotsom is dat, aangezien de toepassing van de toerekeningsfictie in het kader van de APV's geen juridische maar economische dubbele belasting met zich kan brengen, van strijd met de goede trouw die door Nederland jegens verdragspartners bij de uitoefening van nationale heffingsbevoegdheden in acht moet worden genomen, niet kan worden gesproken. 
Tot slot is het de vraag of de voorgestelde oplossingsrichting met betrekking tot de fiscale behandeling van APV's ten principale wel robuust is. De auteur illustreert zijn twijfels aan de hand van een voorbeeld. 

(Noot van de redactie: Het wetsvoorstel is inmiddels door de Eerste Kamer aangenomen op 15 december 2009 en het CPB ziet voor 2010 een bleek economisch zonnetje.)

R.P.C. Cornelisse, WFR 2009/6834 (YNP)

Verder lezen
Terug naar overzicht