Tussen hemel en aarde


Dus daarboven in de hemel zien wij elkander weer,

daar drinken wij een glaasje met Onze Lieve Heer.

Ook hij die nooit geloofde heft daar met ons het glas

en kan maar niet geloven dat hij ooit op aarde was.

(Uit ‘Daarboven in de hemel’, liedje van Herman Finkers.)

Ongetwijfeld wordt er in het zicht van het hiernamaals in de hersenen een fiscale stof aangemaakt die ons ‘in extremis’ prikkelt om op de valreep nog aan belastingbesparende vermogensoverheveling te doen. Zo las ik, enigszins vergelijkbaar, op de cover van Wetenschap in Beeld 2016 nr. 8, ‘Sterven maakt gelukkig’, dat je brein je op je sterfbed volpropt met euforiserende stoffen. Veel stervelingen worden mijns inziens ook gelukkig van belastingbesparende vrijgevigheid; het is immers zaliger om te schenken dan te ontvangen. Over euforie gesproken: één en één is twee. Jubelschenken met de eigen woning op het sterfbed blijkt heel interessant. We kennen immers allemaal de 180-dagenregel, oftewel de schenking op het sterfbed die alvast wordt getransformeerd in erven, art. 12, lid 1, SW 1956, waarover hierna meer.

De Belgen hebben, wat het zetten van fiscale piketpaaltjes op het sterfbed betreft, hier overigens drie jaar voor uitgetrokken, maar daar houdt men, als het moet, het met een ‘Duveltje’ ook nog wel even vol. Ze voetballen2 niet alleen beter, maar schenken ook beter...

Moltmaker vond gelet op de huidige medische stand van zaken ons Nederlandse fiscale sterfbed wat aan de korte kant. In de bedrijfsopvolging is indirect de sterfbedtermijn dan ook niet voor niets vijf jaar (…

Verder lezen
Terug naar overzicht