Tussentijdse beëindiging van de huurovereenkomst: wie betaalt de schade?


In de praktijk komt het regelmatig voor dat een huurovereenkomst tussentijds tot een einde komt. Meestal doordat de huurder niet betaalt en de verhuurder de huurovereenkomst wenst te ontbinden. Zeker in de huidige tijd, waarin nieuwe huurders niet eenvoudig te vinden zijn, kan de verhuurder in dat geval met een aanzienlijke restvordering blijven zitten. In dit artikel wordt ingegaan op de (on)mogelijkheden om die schade vergoed te krijgen en zal worden aangegeven met welke aspecten rekening moet worden gehouden.

1 Inleiding

Huurovereenkomsten die zien op de verhuur van bedrijfsruimte worden meestal voor langere tijd afgesloten. De huurder zal dit enerzijds willen omdat op die manier zijn investeringen terugverdiend kunnen worden. Anderzijds verkrijgt de huurder op die manier zekerheid dat hij (en zijn personeel) gedurende een bepaalde tijd niet hoeft te verhuizen en op die manier goodwill kan worden opgebouwd. De verhuurder heeft belang bij een langlopende huurovereenkomst omdat hij op die manier gedurende de overeengekomen tijd recht heeft op het overeengekomen bedrag aan huurpenningen.

Tussentijdse beëindiging van huurovereenkomsten is vrijwel niet mogelijk2, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. In de huidige economische tijd komt het echter voor dat huurovereenkomsten toch tussentijds worden beëindigd. Als dit in goed overleg3 gebeurt, is er uiteraard niets aan de hand. Als de huurder echter tussentijds besluit te vertrekken, of als de huurovereenkomst wordt ontbonden (waarbij betalingsachterstand4 van de huurder de meest voorkomende reden is), wordt de verhuurder geconfronteerd met aanzienlijke schade. De verhuurder wordt dan immers geconfronteerd met het feit dat de resterende huurtermijnen tot het einde van de huurovereenkomst niet voldaan zullen worden. De vraag is dan of de verhuurder deze…

Verder lezen
Terug naar overzicht