Twee uitspraken over het functioneren van een vereffenaar en een executeur


Casus 1: X is enig erfgenaam van haar vader die zonder testament was overleden. Omdat X de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, is zij van rechtswege vereffenaar op grond van artikel 4:195 lid 1 BW. De vriendin van vader (Y) heeft de uitvaart geregeld waardoor Y ruim € 5.000 is verschuldigd aan de uitvaartondernemer. Hoewel X in gerechtelijke procedures is veroordeeld om de uitvaartkosten aan Y te vergoeden, heeft zij dit nagelaten. Naar aanleiding hiervan heeft Y ex artikel 4:203 lid…

Verder lezen