Tweede nota van wijziging Wet Langdurige Zorg


Tweede nota van wijziging Wet langdurige zorg

De tweede nota van wijziging Wlz bevat enkele kleine technische verbeteringen en beleidsmatige wijzigingen. In deze nota wordt nogmaals uitgelegd wat er gebeurt met de groep cliënten die nu een laag ZZP hebben gekregen en onder de Wlz niet meer in aanmerking zouden komen voor een Wlz-indicatie, tenzij hun gezondheid achteruitgaat. De regering is echter van mening dat diegenen onder hen die op de dag waarop de Wlz in werking treedt in een instelling verblijven, in die instelling moeten kunnen blijven wonen. Dit is reeds in het overgangsrecht van de Wlz geregeld, door betrokkenen gelijk te stellen met Wlz-geïndiceerden. Voor diegenen onder hen die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Wlz met AWBZ-zorg thuis wonen, is in de Wlz een ander overgangsrecht opgenomen. Zij hebben een jaar de tijd om te kiezen voor verblijf in een Wlz-instelling of om uit de Wlz te gaan (en derhalve hun zorg, net als alle ‘nieuwe gevallen’ die niet aan de indicatiecriteria van de Wlz voldoen, op grond van hun zorgverzekering, de Wmo 2015 of de Jeugdwet te verkrijgen). Zolang zij niet voor verblijf in een Wlz-instelling hebben gekozen en daar daadwerkelijk zijn gaan verblijven, hebben zij recht op voortzetting van hun AWBZ-aanspraken. Kiezen zij niet voor verblijf, dan kunnen ze natuurlijk vanaf het moment waarop zij die keuze hebben kenbaar gemaakt hun AWBZ-aanspraken laten stopzetten, maar dat kan ook pas na afloop van het jaar. Hebben zij na het jaar geen keuze gemaakt, dan eindigen hun aanspraken en zullen zij automatisch op hun zorgverzekering, de Wmo 2015 of de Jeugdwet zijn aangewezen. Met voorliggende nota van wijziging wordt hier geen wijziging in aangebracht.
In de tweede nota van wijziging is nieuw dat nu ook wordt uitgelegd wat er gaat gebeuren met de doelgroep laag ZZP als de Wlz niet op 1 januari 2015 in werking treedt. In de brief van 27 juni 2014 is aangegeven dat ernaar wordt gestreefd dat de Wlz op laatstgenoemde datum in werking treedt, zonder dat dit kan worden gegarandeerd. Mocht dit niet slagen dan blijft de AWBZ in 2015 nog gelden. Mocht het daarop uitkomen en mocht de Wlz vervolgens op 1 januari 2016 alsnog in werking treden, dan zullen de mensen met een laag ZZP sowieso heel 2015 hun AWBZ-aanspraken kunnen behouden. Het zou te ver gaan om deze mensen vervolgens ook 2016 te geven om, met behoud van hun AWBZ-aanspraken, voor verblijf in de Wlz of het uit de Wlz gaan te kiezen. Daarmee zouden hun rechten namelijk te veel gaan afwijken van die van mensen die na 31 december 2014 in een vergelijkbare gezondheidssituatie zouden zijn terechtgekomen (deze mensen hebben namelijk recht op zorg gefinancierd op grond van hun zorgverzekering, de Wmo 2015 of de Jeugdwet). Ook indien de AWBZ in 2015 nog bestaat, zal 2015 derhalve beschouwd worden als keuzejaar. Mensen die in 2015 een indicatiebesluit voor een laag ZZP hebben of in 2015 nog krijgen, zal worden gevraagd om uiterlijk 1 januari 2016 te gaan verblijven in een Wlz-instelling. Degenen die dat niet doen, zullen met ingang van die datum automatisch aangewezen zijn op zorg vanuit hun zorgverzekering, de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Het overgangsrecht voor cliënten met een laag ZZP is in deze zin aangepast.

Bron: Kamerstukken II, vergaderjaar 2013/14, 33 891, nr. 17H.

 

Verder lezen
Terug naar overzicht