Naar de inhoud

Uit de Praktijk van het Notarieel Juridisch Bureau

7. Verblijvingsbeding bij samenwoners en overdrachtsbelasting

niet-redactioneel gedeelte onder verantwoordelijkheid van het bestuur

Casus

X en Y kopen gezamenlijk een woning, waarvan zij ieder voor de onverdeelde helft eigenaar worden, en gaan hierin samenwonen. Ook laten zij een notariële samenlevingsovereenkomst opstellen, waarin is bepaald dat in geval van overlijden van een van hen alle gemeenschappelijke goederen verblijven aan de langstlevende. In deze overeenkomst verlenen partijen elkaar voor dat geval over en weer onherroepelijk volmacht tot uitvoering van het verblijvingsbeding en levering van de verbleven gemeenschappelijke goederen. Na drie jaar overlijdt X. X heeft geen testament gemaakt. Zijn enige erfgenaam is zijn broer B. Deze draagt het aandeel van X in de woning over aan Y. Is terzake van deze verkrijging overdrachtsbelasting verschuldigd?

Uitwerking

Het aandeel van X in de woning valt in zijn nalatenschap, waartoe zijn broer B als enige gerechtigd is. Op grond van het verblijvingsbeding komt dit aandeel toe aan Y. Een verblijvingsbeding is een overeenkomst tot verdeling (art. 3:182 BW) van een gemeenschappelijk goed onder opschortende voorwaarde, waarbij als voorwaarde meestal (zoals ook in dit geval) geldt de beëindiging van het samenwonen ten gevolge van het overlijden van een deelgenoot. Voor de uitvoering van de verdeling is een leveringshandeling vereist; het aandeel van X in de woning gaat pas over op Y door inschrijving van de notariële akte van verdeling in de openbare registers (art. 3:186 en art. 3:89 BW). Die leveringshandeling dient plaats te vinden door B, de erfgenaam van X, zij het dat Y daarbij als gevolmachtigde kan optreden. Nu Y het…