Uitbreiding defiscalisering Wet IB 2001 wordt opgenomen in Belastingplan 2012


Gisteren is een discussienota gepubliceerd waarin de staatssecretaris van Financiën diverse ideeën kenbaar maakt om het huidige belastingstelsel te moderniseren. In deze Fiscale agenda zijn echter ook enkele concrete maatregelen opgenomen waaronder de volgende:

Uitbreiding van defiscalisering in de Wet IB 2001 tussen langstlevende partner en kinderen
Het kabinet acht het wenselijk om de regeling van artikel 5.4 Wet IB 2001 “uit te breiden tot gevallen waarbij weliswaar niet het wettelijk erfrecht is gevolgd maar waar op grond van een testament een situatie ontstaat die materieel voldoende vergelijkbaar is met het wettelijk erfrecht. Daaronder vallen onder meer: partiële verdelingen van een nalatenschap, (keuze-) legaten tegen inbreng van de waarde, vruchtgebruiktestamenten en legitieme-vorderingen van een onterfd kind. De defiscalisering blijft wel beperkt tot vorderingen/schulden of genots-rechten in gevallen waarin de erflater, zoals dat maatschappelijk gebruikelijk is, goederen nalaat aan zijn langstlevende partner en zijn kind enkel een niet opeisbare vordering op die partner krijgt of een bloot eigendom. Deze uitbreiding zal […] ook leiden tot een vermindering van administratieve lasten voor de betrokkenen doordat een bloot eigendom, vordering (bij kind) dan wel schuld (bij ouder) niet meer hoeft te worden aangegeven in box 3. Daarmee vervalt ook de noodzaak voor de belastingplichtige om de contante waarde van de schuld/vordering of de waarde van de blote eigendom te berekenen. De langstlevende partner die een vruchtgebruik heeft geërfd moet voortaan de volle waarde aangeven van de bezittingen waar het vruchtgebruik op rust en hoeft niet langer de waarde van het vruchtgebruik te berekenen. Deze wijziging zal worden meegenomen in het Belastingplan 2012.”

Uitbreiding partnerbegrip in Wet IB 2001 voor samenwoners met kinderen uit eerdere relatie
Om het door het Tweede Kamerlid Omtzigt geconstateerde probleem met betrekking tot samengestelde gezinnen op te lossen (zie Notafax 2010, nr 273), zal in het Belastingplan 2012 aan de bestaande objectieve criteria van de Wet IB 2001 en de Awir een nieuw objectief criterium worden toegevoegd. Op grond van dit nieuwe criterium zullen ook de samengestelde gezinnen onder het partnerbegrip worden gebracht. Dit criterium houdt in dat als partner van een belastingplichtige ook wordt beschouwd degene die in de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres staat ingeschreven als de belastingplichtige. Voorwaarde hierbij is dat op dat adres een eigen kind van één van beiden staat ingeschreven, niet zijnde een gezamenlijk kind (want dat is reeds een afzonderlijk partnercriterium, zie artikel 1.2 Wet IB 2001). Aan dit criterium wordt een beperkte tegenbewijsregeling verbonden die het mogelijk maakt om evidente gevallen waarin er geen sprake is van partnerschap uit te sluiten, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan een situatie van (onder)huur.

Beperking van excessieve renteaftrek in vennootschapsbelasting door overnameholdings
Het kabinet stelt voor om per 1 januari 2012 een renteaftrekbeperking in te voeren voor overnameholdings. Dit geldt zowel voor groeps- als derdenleningen. Boven € 500.000 kan de rente dan niet meer binnen de fiscale eenheid worden verrekend met de winst van de overgenomen vennootschap. De aftrekbeperking geldt alleen als de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen van de fiscale eenheid een bepaalde verhouding te boven gaat.

Verder lezen
Terug naar overzicht