Naar de inhoud

Uitgekeerd lijfrentekapitaal terecht in aanmerking genomen voor waarde op expiratiedatum

Samenvatting

Belanghebbende heeft in 2008 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule tot uitkering laten komen en het kapitaal herbelegd in zijn pensioen-bv. Met de herbelegging heeft hij koersverlies geleden. Het koersverlies heeft hij in zijn aangifte IB/PVV in mindering gebracht op de waarde van de verzekeringsuitkering op de expiratiedatum. Daarnaast heeft hij rentekosten in aftrek gebracht op zijn tbs-resultaat dat betrekking heeft op vermogen dat hij ter beschikking heeft gesteld aan de fysiotherapiepraktijk van zijn echtgenote. De inspecteur is bij navorderingsaanslag onder meer afgeweken van deze inkomensposten. Naast deze correcties is in beroep in geschil of de navorderingsaanslag moet worden vernietigd wegens overschrijding van de beslistermijn bedoeld in art. 7:10 Awb.

De rechtbank ziet in de overschrijding van de beslistermijn geen aanleiding het beroep gegrond te verklaren. De beslistermijn is een termijn van orde en aan de overschrijding zijn geen gevolgen verbonden. Belanghebbende had de inspecteur in gebreke kunnen stellen en eventueel rechtstreeks beroep kunnen instellen. Met betrekking tot het geschilpunt over de tbs-kosten verwijst de rechtbank naar de beslissing van Hof Den Haag in zijn uitspraak van 19 augustus 2015, nrs. 14/00842 en 14/01367, NTFR 2015/2356, op het hoger beroep van belanghebbende met betrekking tot een identiek geschilpunt. Aangaande de afkoop van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule overweegt de rechtbank dat de uitkering bij expiratie een belastbaar feit vormt op grond van art. 3.133, lid 2, d, Wet IB 2001 (tekst 2008) met als gevolg dat de betaalde premies en het daarmee behaalde rendement als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn belast (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden…