Uitspraak van het College voor de Scheepvaart nr. 2016.V1 – CFL Prospect


Op het verzoek van:

de Minister van Infrastructuur en Milieu,

zetelend te Den Haag,

verzoeker,

gemachtigde: ing. M. Schipper,

inspecteur ILT/Scheepvaart te Rotterdam

tegen

V.R. G.,

betrokkene,

niet verschenen.

1. Het verloop van de procedure

Op 15 februari 2016 ontving het Tuchtcollege van ing. M. Schipper, inspecteur ILT/Scheepvaart te Rotterdam, een schriftelijk verzoek tot tuchtrechtelijke behandeling, gericht tegen betrokkene als tweede stuurman van het Nederlandse zeeschip CFL Prospect. Bij het verzoekschrift zijn 22 bijlagen gevoegd.

Hierop heeft het Tuchtcollege aan betrokkene bij brief van 23 mei 2016 in de Engelse taal (zowel aangetekend als per gewone post) kennisgegeven van het verzoek met bijgevoegd een vertaling van het verzoekschrift met bijlagen in de Engelse taal. Daarbij is meegedeeld dat betrokkene de mogelijkheid had om een verweerschrift in te dienen.

Op 7 juli 2016 is (per e-mail) van betrokkene een verweerschrift ontvangen.

De inspecteur heeft afgezien van repliek.

De voorzitter heeft bepaald dat de mondelinge behandeling van de zaak zou plaatsvinden op 30 september 2016 om 11:00 uur in de lokalen van het Tuchtcollege te Amsterdam. De inspecteur en betrokkene – in de Engelse taal, zowel bij aangetekende brief als per gewone post en e-mail – zijn opgeroepen om dan ter zitting van het Tuchtcollege te verschijnen.

De zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2016. Verschenen is de inspecteur voornoemd. Betrokkene is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.

2. Het verzoek

Aan het verzoek is, kort weergegeven, het navolgende ten grondslag gelegd.

Op 25 januari…

Verder lezen