USZ 2001/85, CRvB 20-02-2001, , 99/5077, 00/896 NABW

Inhoudsindicatie

Vermogensvaststelling, Intering

Samenvatting

Het ingevolge hoofdstuk IV, afdeling 3, paragraaf 3 van de Abw in aanmerking te nemen vermogen waarover de belanghebbende ten tijde van de aanvraag feitelijk beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, is in beginsel bepalend voor de beantwoording van de vraag of dat vermogen aan toekenning van bijstand in de weg staat. Een berekening aan de hand van aangenomen intering van in het verleden vastgesteld vermogen vormt dus geen juist vertrekpunt voor de in beginsel naar de aanvraagdatum uit te voeren vermogenstoets in het…

Verder lezen
Terug naar overzicht