USZ 2003/267, CRvB 04-07-2003, , 00/6061 AAW/WAO (met annotatie van Barend Barentsen)

Inhoudsindicatie

Redelijke termijn, Oordeel bestuursrechter, Effectief rechtsmiddel, Schending door bestuursrechter

Samenvatting

Mede in het licht van de ontwikkeling van de betekenis die aan art. 13 EVRM in de jurisprudentie van het EHRM toekomt, is de Raad thans in afwijking van eerdere rechtspraak van oordeel dat de bestuursrechter dient vast te stellen of sprake is van een schending van art. 6 EVRM ter zake van een gestelde overschrijding van een redelijke termijn van rechterlijke behandeling van een zaak. Voor de vaststelling van de gevolgen die…

Verder lezen
Terug naar overzicht