USZ 2006/315, CRvB 15-08-2006, AY6921, 05/4638 BZ

Inhoudsindicatie

Verjaring

Samenvatting

Essentie: Onderscheid vorderingen art. 3:307 lid 1 en 2. Vordering is opeisbaar geworden wegens niet-nakoming van de rente- en aflossingsverplichting en niet eerst bij de bedrijfsbeëindiging. Het gedane verzoek om uitstel kan worden gekwalificeerd als daad van erkenning in de zin van art. 3:318 BW. Stuiting van verjaring heeft plaatsgevonden tijdens gesprek naar aanleiding van dat verzoek, dan wel met de schriftelijke bevestiging daarvan.

Samenvatting: Vordering 1 betreft een rechtsvordering als bedoeld in…

Verder lezen
Terug naar overzicht