UWV dient vaststellingsovereenkomst met fiscus met oog op brutering te volgen


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid. Het vermoeden bestaat dat zij zwarte lonen heeft betaald. Het UWV heeft daarom correctienota’s opgelegd. Daarbij heeft het UWV de niet-aangegeven lonen direct gebruteerd. Met de Belastingdienst heeft belanghebbende nadien een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij het bedrag van de nageheven LB/PVV is verminderd. De CRvB heeft geoordeeld dat het UWV tot directe brutering heeft kunnen overgaan, aangezien de zwarte lonen zijn uitbetaald onder zodanige omstandigheden dat verhaal op de werknemers niet meer mogelijk is. De Hoge Raad acht dit oordeel cassatieproof. De CRvB heeft voorts geoordeeld dat het UWV niet gehouden was de vaststellingsovereenkomst te volgen. Dit oordeel houdt in cassatie geen stand. Indien tussen de werkgever en de inspecteur een vaststellingsovereenkomst is gesloten omtrent het bedrag aan loonheffing dat tussen hen als wettelijk verschuldigd heeft te gelden, dient het UWV volgens de Hoge Raad met een dergelijke vaststellingsovereenkomst rekening te houden voor zover het gaat om de vaststelling van het bedrag dat met de brutering gemoeid is. Dat bedrag heeft immers te gelden als het bedrag van de wettelijk verschuldigde loonheffing dat de werkgever voor zijn rekening heeft genomen. Het is dan ook dat bedrag dat voor de heffing van premies werknemersverzekeringen als uitgangspunt dient te worden genomen bij de vaststelling van het gebruteerde loon.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)

Feiten

4.1. Belanghebbende exploiteert een horecagelegenheid. Nadat aan de zijde van de belastingdienst het vermoeden was gerezen dat belanghebbende een deel van de werkelijke omzet had verzwegen en dat daarvan zwarte lonen voor gewerkte overuren waren betaald, is door de FIOD-ECD een strafrechtelijk onderzoek ingesteld. De afdeling Fraude Preventie & …

Verder lezen
Terug naar overzicht