Vergoedingsrechten en verrekenbedingen: goedkeuring overdrachtsbelasting


De staatssecretaris van Financiën heeft op 14 december 2011 een besluit gepubliceerd waarin een aantal goedkeuringen voor de overdrachtsbelasting zijn opgenomen die van belang zijn voor echtgenoten/partners.

Allereerst keurt de staatssecretaris goed dat geen overdrachtsbelasting verschuldigd is als de verkrijging van een economische eigendom van een onroerende zaak rechtstreeks voortvloeit uit het ontstaan van een vergoedingsrecht als bedoeld in art. 1:87 leden 1-3 BW.

Deze situatie doet zich voor als een echtgenoot gelden ter beschikking stelt aan de andere echtgenoot en die gelden worden geïnvesteerd in vastgoed. Als gevolg van art. 1:87 BW wordt de hoogte van de vergoedingsvordering mede bepaald door de waardeontwikkeling van het goed waarin de gelden zijn besteed en kan bij de andere echtgenoot sprake zijn van een econoom als bedoeld in art. 2, lid 2, WBR, hetgeen zonder goedkeuring tot heffing van overdrachtsbelasting zou leiden.

Ook keurt de staatssecretaris goed dat overdrachtsbelasting achterwege blijft als het aangaan of het ontbinden van een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden leidt tot een verkrijging van een econoom. Dit geldt ook als het aangaan of ontbinden van een meerwaardeclausule of verrekenbeding in een samenlevingscontract zou leiden tot een verkrijging van economische eigendom.

De goedkeuringen gelden in beginsel niet als de ene partner op andere wijze een belang verkrijgt in een tot het vermogen van de andere partner behorende onroerende zaak.

[Ministerie van Financiën 14 december 2011, nr BLKB/2011/1803M (Stcrt 2011, nr 23104)]

Verder lezen
Terug naar overzicht