Verkrijging agrarisch bedrijf en onroerende zaken bij overlijden zus waarmee een gemeenschappelijke huishouding werd gevoerd (1996.19.3171)


Erflaatster Z en haar broer hebben ten minste vijf jaren een gemeenschappelijke huishouding gevoerd. Tot zijn overlijden in 1991 behoorde daartoe nog een broer. Gezamenlijk hebben ze de agrarische onderneming gedreven. Bij het overlijden van Z is de tweerelatie-vrijstelling niet van toepassing, want er is geen aaneengesloten periode van vijf jaren met geen ander dan erflaatster of met eigen kinderen een huishouding gevormd (art. 24 lid 2 onderdeel a SW).

Een beroep op de resolutie voor (groot)ouders en (klein)kinderen wordt…

Verder lezen