Verkrijging economische eigendom ondanks clausule over tenietgaan (2000.52.3438)


De onderhavige procedure heeft betrekking op de definitie van economische eigendom voor de overdrachtsbelasting zoals die gold tot 12 november 1999.

A verkoopt aan B een onroerende zaak. Daarbij wordt bepaald dat het risico van tenietgaan achterblijft bij de verkoper tot het tijdstip van de juridische levering. Over het risico van tenietgaan wordt voorts bepaald dat onder geheel of gedeeltelijk tenietgaan mede wordt verstaan zodanig ernstige beschadiging van het geheel of een deel dat herstel niet mogelijk of niet economisch verantwoord is. In geschil is of het achterhouden van het risico van tenietgaan met zich brengt dat geen sprake is van een economische eigendomsverkrijging in de zin van de WBR, zoals in het arrest van 3 november 1999 (FBN 1999, nr 73) het geval was.

De Hoge Raad oordeelt dat in dit geval sprake is van een economische eigendomsverkrijging omdat enig risico van tenietgaan is overgegaan op B. Voor zover herstel mogelijk en economisch verantwoord is, komt namelijk het risico van beschadiging voor rekening van B, welk risico moet worden geacht te zijn begrepen onder het risico van tenietgaan.

HR; 29 november 2000; nr 35457

V-N 2000, blz. 5034

Verder lezen