Vermindering overdrachtsbelasting bij verkrijging binnen zes maanden


Wet BRV

A had een op 9 september 2004 door hem gekochte woning op 7 maart 2005 weer verkocht (en geleverd) aan B, dus (net) binnen de termijn van zes maanden. B deed daarbij een beroep op de zesmaandenregeling in de overdrachtsbelasting.

De akte van 7 maart 2005 zou pas in de openbare registers zou worden ingeschreven nadat een akte van kwijting zou zijn getekend aangaande de betaling van de koopsom door B, uiterlijk op 6 april 2005. De feitelijke betaling vond ook plaats op die datum en werd de akte van kwijting gepasseerd.

De inspecteur merkte de voorwaarde aan als een opschortende voorwaarde zodat B de woning pas op 6 april 2005 verkreeg; derhalve buiten de zesmaandstermijn. B diende daarmee over de volle waarde overdrachtsbelasting te voldoen.

De Hoge Raad oordeelde dat een verkrijging plaatsvindt op het moment dat de akte ‘geschikt is voor inschrijving’ in de registers. Op welk tijdstip of onder welke voorwaarden de akte daadwerkelijk wordt ingeschreven, is voor het moment van verkrijging niet van belang.

De Hoge Raad besliste voorts dat de overeengekomen voorwaarde van het voorhanden zijn van een akte van kwijting in dit geval als een ontbindende voorwaarde moet worden gezien. Daarmee heeft de overdracht aan B dus plaatsgevonden op 7 maart 2005, tenzij achteraf blijkt dat niet is betaald uiterlijk op 6 april 2005. Nu door B tijdig is betaald en er een akte van kwijting is getekend, heeft B terecht een beroep op de zesmaandenregeling gedaan.

[HR 29 oktober 2010, nr. 09.03675, LJN BO1992]

Verder lezen
Terug naar overzicht