Verzet is tijdig nu de verzenddatum van het verzetschrift niet wordt weersproken


Samenvatting

In de onderliggende procedure is uitsluitend in geschil het verzoek van belanghebbende strekkende tot vergoeden van schade in verband met een (andere) procedure over de aanslag IB. Belanghebbende heeft in casu vier dagen nadat zij een bezwaarschrift heeft ingediend bij de rechtbank beroep ingesteld. Belanghebbende is in dit beroep niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende komt nu tegen dit oordeel in verzet.

De rechtbank oordeelt in de verzetprocedure dat de belastingkamer van de rechtbank in beginsel bevoegd is kennis te nemen van het geschil nu er een belastingaanslag aan het schadebesluit ten grondslag ligt. De rechtbank overweegt verder dat hij het verzetschrift niet heeft ontvangen, maar nu de opposant in de schadeprocedure niet heeft weersproken dat het verzetschrift door belanghebbende ter post is bezorgd, staat daarmee de (tijdige) verzending voor de rechtbank vast. Dit betekent, aldus de rechtbank, dat het verzet ontvankelijk is. Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat een termijn van vier dagen te kort is om te spreken van een fictieve weigering op het ingestelde bezwaar, zodat geen sprake is van een voor beroep vatbaar besluit – in ieder geval – op het moment dat belanghebbende het beroepschrift indiende. Dit betekent dat belanghebbende terecht, zij het op onjuiste gronden, door de rechtbank in de beroepsprocedure niet-ontvankelijk is verklaard.

(Verzet ongegrond.)

Commentaar

Een aantal opmerkingen bij onderhavige casus.

1. De inspecteur weigert een schadebesluit te nemen. Vier dagen na het indienen van het bezwaarschrift gaat belanghebbende alsnog in beroep vanwege het niet tijdig nemen van een besluit. Vervolgens wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en gaat belanghebbende in verzet.

Belanghebbende had misschien beter direct beroep…

Verder lezen
Terug naar overzicht