Vestiging hypotheekrecht door BV en het vereiste van de notariële volmacht


Drie BV's (hierna A, B en C BV) zijn bestuurders van X BV. In 1998 heeft X BV aan een bank een eerste hypotheekrecht verleend op een aantal onroerende zaken. Thans stelt de tweede hypotheekhouder voor de Rechtbank dat het eerste hypotheekrecht niet rechtsgeldig is gevestigd omdat X BV bij het passeren van de hypotheekakte is vertegenwoordigd door een gemachtigde middels twee onderhandse volmachten van medebestuurders in X BV.

Volgens de Rechtbank is hier geen sprake van een nietige (of vernietigbare) hypotheek. De Rechtbank…

Verder lezen