Volgens Hof was voor achterborgtocht geen toestemming vereist ex artikel 1:88 BW


X is bestuurder en enig aandeelhouder van een holding-BV. In verband met een financiering die een bank (B) heeft verstrekt aan een dochtervennootschap, heeft de holding zich jegens B borg gesteld voor nakoming van de verplichtingen van de dochtervennootschap. Verder heeft X zich jegens B borg gesteld voor de nakoming van de verplichtingen van de holding jegens B uit hoofde van de borgtocht. Enkele jaren later gaat de dochtervennootschap failliet. Omdat de holding niet in staat is haar verplichting uit hoofde van de borgtochtovereenkomst na te…

Verder lezen
Terug naar overzicht