Voor het keren van een containerschip in een aan de gemeente in eigendom toebehorende haven is terecht binnenhavengeld in rekening gebracht (art. 81 Wet RO)


Samenvatting

Belanghebbende exploiteert een containerschip. Het schip meert aan bij een terminal van een overslagbedrijf, dat zich bevindt in de gemeente Meppel. In de periode van 18 februari 2012 tot 3 maart 2012 heeft het schip vier keer de terminal aangedaan. Nadat het schip had gelost en geladen is het gekeerd en teruggevaren. Het keren heeft plaatsgevonden in een haven die eigendom is van de gemeente Meppel en nam ongeveer vijf minuten in beslag. Voor het vier keer keren is een naheffingsaanslag van € 573,10 aan leges opgelegd. Belanghebbende is het hiermee niet eens en stelt dat een keerbeweging geen belastbaar feit is in de zin van de Verordening binnenhavengeld. Hof Arnhem-Leeuwarden (19 januari 2017, nr. 15/01523, NTFR 2017/557) is belanghebbende daarin niet gevolgd. Het keren is als belastbaar feit omschreven in de verordening. Dat aan twee cumulatieve eisen zou moeten zijn voldaan, is volgens het hof in strijd met de tekst van de verordening. Anders dan belanghebbende stelt, is het gebruik van de haven als keerplek ook in overeenstemming met de bestemming van de haven. Van strijd met het gelijkheidsbeginsel is het hof niet gebleken. Evenmin van een willekeurige of onredelijke heffing. Het beroep op overschrijding van de opbrengstlimiet mist feitelijke grondslag, zodat het hof ook dat beroep afwijst.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81.1 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht