Voor wie geldt de verplichting uit het kettingbeding?


De gemeente G verkoopt in 1999 twee percelen grond aan P voor de bouw van vrije sector woningen. In de overeenkomst is een ketting- met boetebeding opgenomen voor P of diens opvolger inzake de erfafscheidingen bestaande uit een beukenhaag en het onderhoud daarvan. K koopt van P een perceel grond voor de bouw van een woning. G levert bij notariële akte het perceel rechtstreeks aan K. Volgens de leveringsakte moet P voor rekening van K of diens opvolgend verkrijger een beukenhaag als erfafscheiding realiseren. Bij niet nakoming kan G…

Verder lezen