Voorstellen tot modernisering van de Huurcommissie ingediend


Op 16 januari 2017 diende de minister voor Wonen en Rijksdienst voorstellen in ter aanpassing van de werkwijze van de Huurcommissie (HC). Opzet is de HC meer in te zetten voor het geven van voorlichting over de regels van huur- en verhuur en bij bemiddeling tussen strijdende partijen. Zie: Voorstel modernisering Huurcommissie. Inmiddels is het voorstel bij de Tweede Kamer in behandeling genomen. De positie van de HC is geregeld in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).

Uitwerking
Aanname is dat door de bovengenoemde taakuitbreiding het aantal uitspraken in het kader van geschilbeslechting zal afnemen. De HC zelf heeft geraamd dat 40% van de geschillen bemiddelbaar zijn. Partijen zijn straks vrij in hun keuze om te bemiddelen of het geschil te laten beslechten. De afname van het aantal uitspraken is dus afhankelijk van de mate waarin partijen zullen kiezen voor bemiddelen.

De HC is in 2016 gestart met het bemiddelen en het ruimer delen van kennis. In de evaluatie van het ZBO Huurcommissie (Bijlage bij Kamerstukken II 2016/17, 25 268, nr. 141) is daar verslag van gedaan. Het evaluatierapport geeft aan dat ook in een al lopende procedure mogelijkheden zijn huurders en verhuurders meer keuzemogelijkheden te geven. Dat kan op een paar manieren worden ingevuld.

  • Procedure beëindigen na het rapport van voorbereidend onderzoek, bedoeld in artikel 28 van de Uhw: De Huurcommissie stuurt het rapport na gereedkomen van het voorbereidend onderzoek toe aan huurder en verhuurder. Daarbij wordt de vraag gesteld of voortzetting van de procedure (om uiteindelijk een uitspraak van de Huurcommissie te verkrijgen) nog nodig is. Zo niet, kan het verzoek door de indiener worden ingetrokken.
  • Een inhoudelijke voorzittersuitspraak: Als de indiener van het verzoek de procedure toch wil voortzetten, wordt gevraagd of partijen een uitspraak van de (voltallige) Huurcommissie willen krijgen of een uitspraak door de Voorzitter, bedoeld in artikel 20 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw), voldoende achten. Als beide partijen aangeven geen behoefte te hebben aan een zitting door een voltallige Huurcommissie, wordt voorgesteld om het geschil te beslechten met een (inhoudelijke) voorzittersuitspraak. Tegen de uitspraak van de Voorzitter staat te allen tijde verzet open (artikel 20, zesde lid, van de Uhw c.q. het voorgestelde artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de Uhw).

Financiering
Op dit moment financiert de Rijksoverheid 90% van de kosten van de Huurcommissie. Daar wil het rijk vanaf, met verwijzing naar het profijtbeginsel. Het vergroten van de bijdrage van verhuurders strookt met het idee dat de private sector de kosten (mede) draagt van de met haar dienstverlening verbonden activiteiten, waaronder een goede geschilbeslechting. Dit is volgens de minister al het geval bij meerdere (semi-)publieke instellingen. Voorbeelden hiervan zijn de Autoriteit Woningcorporaties, de Stichting Klachten Geschillen Zorgverzekeringen en de Stichting Geschillencommissie Consumenten.

Er komt een meer gedifferentieerd systeem van legesheffing, die beogen de kosten van de Huurcommissie te spreiden over de gebruikers van de Huurcommissie. Hiermee wordt ook het verschil tussen leges voor verhuurders die natuurlijk of rechtspersoon zijn opgeheven. Verder wordt de gedifferentieerde legesregeling alleen toegepast bij onderwerpen waar verhuurders goed in staat mogen worden geacht de regels toe te passen, bijvoorbeeld door goed gebruik te maken van de informatie en hulpmiddelen die hierover door de Huurcommissie wordt verstrekt. Duidelijk is wel dat verhuurders meer gaan betalen; Aedes schat dat de woningcorporaties minimaal zes miljoen euro meer gaan betalen voor de inzet van de Huurcommissie. Dat vloeit voort uit de voorgestelde regel dat verhuurders met vijftig of meer woningen in het segment onder de liberalisatiegrens (€ 710,68) op basis van de WOZ-waarde van die woningen worden aangeslagen. Voor woningcorporaties, die veelal de verhuurder van dergelijke woningen zijn, betekent dat een lastverzwaring van zo’n zes miljoen euro.

Vervolg
De Tweede Kamer heeft zich inmiddels gebogen over dit onderwerp. Verwachting is dat de Eerste Kamer na een uitspraak zich nog voor de verkiezingen van maart 2017 zal buigen over dit onderwerp.

Verder lezen
Terug naar overzicht