Voorwaardelijke toestemming tot erkenning


Man die de minderjarige wil erkennen vraagt door middel van een brief van zijn advocaat de moeder van de minderjarige om toestemming voor deze erkenning. Enkele dagen na deze brief geeft moeder toestemming aan haar nieuwe partner om de minderjarige te erkennen. De Hoge Raad oordeelt dat deze toestemming gezien dient te worden als een voorwaardelijke toestemming. Slechts indien degene die aangeeft te willen erkennen binnen drie maanden na het versturen van de brief geen gerechtelijke procedure aanhangig maakt, wordt deze toestemming onvoorwaardelijk.

De feiten
Uit de – inmiddels beëindigde…

Verder lezen
Terug naar overzicht