Vormen tegenvallende bezoekers in een winkelcentrum een gebrek?


Huurders willen de gevolgen van tegenvallende bezoekersaantallen graag afwentelen op de verhuurder. De teleurstellende bezoekersaantallen van winkelcentrum ‘Amicitia’ in Amersfoort hebben al tot verschillende procedures geleid. Op 1 februari 2008 heeft de Hoge Raad arrest gewezen1 en geoordeeld over de vraag of tegenvallende bezoekersaantallen kunnen worden opgevat als gebrek.

Inleiding

Iedere ontwikkelaar van een nieuw winkelcentrum hoopt dat dit een succes wordt en zal zijn plannen op meeslepende wijze proberen te ‘verkopen’ aan potentiële huurders. In de toekomst kijken is helaas niet mogelijk en het gebeurt dan ook nog wel eens dat de hoop die tijdens de ontwikkeling bestond, omslaat in teleurstelling na oplevering van het winkelcentrum. Deze teleurstelling kan voor de ontwikkelaar al liggen in het aanbod van huurders en daarmee het branchepatroon dat hij heeft kunnen realiseren. Voor huurders ligt de teleurstelling in de tegenvallende bezoekersaantallen en als direct gevolg daarvan een lagere omzet dan was verwacht. Dit kan weer leiden tot leegstand en dan is het moeilijk om het tij nog te keren.

Huurders hebben in het verleden geprobeerd de gevolgen van de tegenvallende bezoekersaantallen neer te leggen bij de verhuurder onder andere met een beroep op onvoorziene omstandigheden. De Hoge Raad heeft in februari 1998 al korte metten gemaakt met deze poging in de zaak Briljant Schreuders tegen Stichting Pensioenfonds ABP2. Nadat de Hoge Raad in 1998 de weg van de onvoorziene omstandigheden grotendeels had afgesloten, hebben huurders aan de hand van het inmiddels bijna vijf jaar geleden in werking getreden ‘nieuwe’ huurrecht een nieuwe route geprobeerd. In het arrest inzake winkelcentrum Amicitia dat in dit artikel centraal staat gaat het om de vraag of de teleurstellende bezoekersaantallen, dan…

Verder lezen
Terug naar overzicht