Vragen aan buitenlands belastingplichtige over levensonderhoud niet relevant


Samenvatting

Belanghebbende woont in de Verenigde Staten. De inspecteur is voornemens een aanslag op te leggen en in de aankondiging van de aanslagen meldt hij dat hij een woning die in 2001 is aangekocht alsnog in de heffing wil betrekken omdat deze is gefinancierd zonder lening. In bezwaar stelt de inspecteur in een informatiebeschikking de vraag hoe belanghebbende financiële middelen heeft vergaard om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat belanghebbende in het buitenland woont en een woning heeft in Nederland onvoldoende is om zo een algemene vraag te kunnen stellen. Omdat belanghebbende in het buitenland woont is niet relevant hoe hij zich in zijn levensonderhoud heeft voorzien. De mogelijkheid dat de woning wellicht is gefinancierd met geleend geld, rechtvaardigt niet de informatiebeschikking. De bewijslast omtrent een aftrekpost rust immers reeds op belanghebbende en kan dus niet leiden tot omkering en verzwaring van de bewijslast.

(Beroep gegrond.)

Commentaar

De grens aan de informatieverplichting op grond van art. 47 AWR ligt bij het van belang kunnen zijn van de opgevraagde informatie voor de belastingheffing ten laste van de belastingplichtige. Daarbij is het vaste rechtspraak dat het erom gaat of de opgevraagde gegevens in het algemeen van belang kunnen zijn, zie bijvoorbeeld HR 23 september 2005, nr. 38.810, NTFR 2005/1233. Dat is een heel ruim criterium. Toch gaat het op dat punt mis voor de inspecteur. Hij had door middel van de onderhavige informatiebeschikking gevraagd hoe belanghebbende in zijn levensonderhoud kon voorzien. Uit de uitspraak volgt dat vaststaat dat deze belastingplichtige niet in Nederland woont. Voor de belastingheffing van een buitenlandse belastingplichtige is niet…

Verder lezen
Terug naar overzicht