Vrijstelling kapitaalsbelasting bij doorstorting (2001.36.3241)


In twee arresten van 30 mei 2001 heeft de Hoge Raad de toepassing van de vrijstelling van kapitaalsbelasting in art. 37.2.b WBR (verkrijging gehele vermogen) verruimd (zie Notafax 2001, nr 118). Een Zweedse moeder stortte kapitaal in een Nederlandse dochter die dat op haar beurt doorstortte naar Nederlandse kleindochters die vervolgens doorstortten naar Nederlandse achterkleindochters. De (door)stortingen dienen ter aanzuivering van verliezen. Na aflossing van schulden en doorstorting resteerden bij de (klein)dochter(s) slechts de…

Verder lezen