Vrijval herinvesteringsreserve toerekenen aan fiscale eenheid


De Hoge Raad heeft op 9 november 2012 over de volgende casus uitspraak gedaan. Een binnen fiscale eenheid gevoegde dochtermaatschappij heeft in 2006 een pand verkocht ter zake waarvan een herinvesteringsreserve is gevormd. Tot begin 2007 probeerde de bv te herinvesteren. De moedermaatschappij van de fiscale eenheid heeft begin 2007 de aandelen in de herinvesteringsdochter verkocht aan een derde. In geschil was of de herinvesteringsreserve diende vrij te vallen in de winst (de winst van de eenheid) 2007, of – na ontvoeging – in de winst 2007 van de ontvoegde dochtermaatschappij. De Rechtbank en het hof hadden al geoordeeld dat de vrijval van de HIR aan de fiscale eenheid moet worden toegerekend. De Hoge Raad is het hier, conform de conclusie van A-G Wattel, mee eens. De fiscale eenheid heeft het herinvesteringsvoornemen voor het ontvoegingstijdstip laten varen, zodat de inspecteur de vrijval van de herinvesteringsreserve terecht aan de fiscale eenheid heeft toegerekend.

HR:11/05078, LJnummer: BX6705, dd.09-11-2012

Verder lezen
Terug naar overzicht