Vzngr. Ktr. Amsterdam 27-03-2002 (Von Meyenfeldt), Prg. 2002, 5925


Competentie. Executiegeschil. Loon. Ontbinding gewichtige redenen. Vakantie. Ziekte (situationele arbeidsongeschiktheid).

De arbeidsovereenkomst van een werknemer (bijna zeven jaar in dienst, salaris NLG 6.653,24 bruto per maand) wordt ontbonden met een vergoeding van NLG 17.500,-- bruto. Voor de ontbinding was de werknemer arbeidsgeschikt verklaard voor zijn eigen werk doch bij een andere werkgever. De werkgever heeft noch de ontbindingsvergoeding noch de laatste maand salaris betaald. De werknemer legt daarop executoriaal derdenbeslag op de bankrekening van de werkgever. De deurwaarder heeft echter euro's vermeld in plaats van guldens als ook een hoofdsom van 175.000 in plaats van 17.500. De werknemer vordert bij voorlopige voorziening betaling van € 10.133,23 wegens één maand salaris, vergoeding niet opgenomen vakantiedagen en vakantiegeld, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De werkgever vordert in reconventie opheffing van het beslag respectievelijk beperking tot NLG 20.000,--. De kantonrechter is het niet eens met de werkgever dat gedurende drie maanden onverschuldigd loon zou zijn betaald omdat de werknemer arbeidsgeschikt zou zijn geweest. Volgens de arbeidsdeskundige was de werknemer weliswaar arbeidsgeschikt doch niet voor zijn werk bij de werkgever. Dus kon de werknemer zich arbeidsongeschikt achten voor zijn eigen werk. De vordering achterstallig loon wordt derhalve toegewezen alsook het gevorderde vakantiegeld doch niet de niet opgenomen vakantiedagen omdat onvoldoende is komen vast te staan of partijen wat dit betreft nog iets van elkaar te vorderen hebben. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 15%. Met betrekking tot de reconventionele vordering van de werkgever overweegt de kantonrechter dat op grond van art. 438 Rv de rechtbank bevoegd is om executiegeschillen te behandelen. Dat wil zeggen de rechtbank niet zijnde de sector kanton. Op grond van art. 254 lid 4 Rv is de kantonrechter bevoegd een voorziening te geven in zaken die tot zijn bevoegdheid horen. Onderliggend aan het executiegeschil is een arbeidsgeschil waarin de kantonrechter heeft beslist. Dit arbeidsgeschil maakt de kantonrechter echter niet bevoegd in het executiegeschil. Aangezien het doel van het nieuwe procesrecht is, verwijzing van zaken te beperken en partijen geen verwijzing hebben verzocht, zal de kantonrechter hierover beslissen. De kantonrechter heft het beslag op voor zover dit een bedrag van € 9.075,60 te boven gaat.

Terug naar overzicht