Vzngr. Rb. Leeuwarden 11-04-2003 (Hangelbroek), JAR 2003, 162


Staking.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 162.

In november 2002 zijn onderhandelingen gestart tussen de Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten, OSB, aan de ene kant en FNV en CNV aan de andere kant met het oog op een af te sluiten bedrijfstak-CAO per 1 januari 2003. Na herhaaldelijk overleg bleek dat er tussen OSB en FNV niet tot overeenstemming kon worden gekomen. Tussen CNV en OSB werd wel overeenstemming bereikt over een eenjarige CAO. FNV heeft OSB bij brief van 8 januari 2003 een ultimatum gesteld. OSB heeft hieraan niet voldaan. In de maanden januari en februari 2003 heeft FNV op in totaal vier dagen stakingen georganiseerd bij Nivo Noord, een onderneming die zich bezig houdt met het schoonmaken van onder meer treinstellen. Nivo Noord is lid van OSB. Op 4 april 2003 heeft FNV Nivo Noord bericht dat zij rekening moest houden met een vervolg van de acties in haar bedrijf. Nivo Noord vordert thans dat de rechter FNV verbiedt om tot stakingen op te roepen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de stakingsoproep wordt gedekt door art. 6 lid 4 ESH. Vaststaat dat de staking zich richt tegen OSB en verband houdt met het op 8 januari 2003 door FNV gestelde ultimatum. Het feit dat OSB met CNV wel een CAO heeft afgesloten, behoeft FNV niet te beletten met OSB verder te willen onderhandelen. Deze onderhandelingen dienen ook een redelijk doel, namelijk het bewerkstelligen van een betere CAO voor de werknemers in de schoonmaakbranche. FNV heeft OSB in verband daarmee een ultimatum gesteld en is na afloop hiervan overgegaan tot acties zoals in het ultimatum reeds aangegeven. Daarop zijn (informele) contacten gevolgd tussen OSB en FNV. Teneinde deze contacten te ondersteunen, mocht FNV overgaan tot de in het geding zijnde stakingen. Dat OBS bereid is om te onderhandelen over een CAO voor 2004 doet hieraan niet af. De staking is voorts tijdig aangezegd en wordt niet beperkt door één van de gronden genoemd in art. 31 ESH. Het feit dat Nivo Noord door de stakingen schade lijdt, alsmede het feit dat de stakingen hinderlijk zijn voor het publiek, leveren niet een beperking op als bedoeld in art. 31 ESH. (Zie ook Vzngr. Rb. Utrecht 11-04-2003, KG 2003, 120 en Vzngr. Rb. Utrecht 11-04-2003, JAR 2003, 102).

Verder lezen
Terug naar overzicht