Wat verandert er? En wat blijft?


De oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) is per 1 juli dit jaar vervangen door de Wet ruimtelijke ordening (Wro).1 Wat verandert er? En wat blijft? In dit artikel wordt een overzicht van de veranderingen gegeven. Waar van belang wordt verwezen naar de Invoeringswet Wro, waarin de aanpassing van verschillende wetten is opgenomen voor een soepele overgang van de WRO naar de Wro.

1 Structuurvisies

De planologische kernbeslissing (hierna: pkb), het streekplan en het regionaal structuurplan keren in de Wro niet meer terug. In plaats daarvan dienen gemeenten, provincies en rijk één of meerdere structuurvisies voor hun gehele grondgebied vast te stellen.3 Dergelijke structuurvisies zijn, zoals in de memorie van toelichting (MvT) uitdrukkelijk is aangeven, niet normatief maar indicatief van aard.4 In de MvT wordt gesteld dat structuurvisies in bepaalde opzichten lijken op beleidsregels, maar naar de letter van de wet voldoen structuurvisies niet aan de definitie van beleidsregels zoals bepaald in art. 1:3, lid 4, Algemene wet bestuursrecht (Awb).5 De oude pkb’s, streekplannen en regionale structuurplannen konden concrete beleidsbeslissingen ( cbb’s) bevatten, die in acht dienden te worden genomen.6 Bij structuurvisies ontbreken dergelijke cbb’s. In de praktijk zal van structuurvisies echter wel een zekere normerende werking uitgaan, mede als gevolg van toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder het vertrouwensbeginsel.7

In art. 2.1, lid 1, Wro is bepaald, dat de gemeenteraad ten behoeve van een ‘goede ruimtelijke ordening’ een structuurvisie vaststelt. …

Verder lezen
Terug naar overzicht