Wel en niet geoorloofde bedingen in de koopovereenkomst


P overlijdt in 1940. Haar herenhuis met tuin is gelegateerd aan de Doopsgezinde Gemeente (G). Het perceel mag niet worden verkocht. Indien dit toch noodzakelijk wordt, mag het pand in geen geval aan een rooms-katholieke particulier of instelling worden verkocht.

In 1953 verkoopt G het recht van erfpacht, daaronder begrepen het recht van opstal, van het betreffende perceel aan L. In de koopakte is onder meer bepaald dat het erfpacht- en opstalrecht niet kunnen worden vervreemd of bezwaard met hypotheek zonder G'…

Verder lezen